Weblogartikel

Is Vroom & Dreesmann wel op de goede weg?

David deNunzio schreeuwt het van de daken, Dirk Goeminne blijft erop hameren, en ook Huib Lubbers van het RMC schaart zich in het koor van kopstukken die hard roepen dat Vroom & Dreesmann op de goede weg is.
Omdat deze drie samen voorlopig minder ervaring hebben met dat warenhuis dan ikzelf, waag ik dit optimisme nogal te betwijfelen.
Want dit warenhuis, waarin ik mijn eerste professionele stapjes binnen de retailsector maakte, en nog vele stappen daarna, was vroeger zélf een A-merk waarover werkelijk élke Nederlander kon meepraten! Merken die een A-merk wáren, of dat graag wilden worden, waren er maar wát happig op dit streven te ondersteunen door bij Vroom & Dreesmann in de collectie te zijn opgenomen. Nu moeten bestaande A-merken het warenhuis uit het moeras trekken waarin het gedurende decennia van mismanagement terecht is gekomen.
Shops-in-the-shop, en het opnemen van allerlei nieuwe merken uit de stal van KKR, vormen natuurlijk een duidelijke impuls voor het warenhuis, dat was te verwachten en dat komt er ook uit. Maar ze maken het warenhuis op de langere duur niet tot de wekelijkse verrassing die het vroeger voor haar vele klanten was. Daarvoor is beslist meer nodig dan shops van Hünkemöller, Dixons en Benetton, bedrijven met op dit moment een veel grotere naamsbekendheid dan Vroom & Dreesmann zelf. Daarbij, shops-in-the-shop zijn bij Vroom & Dreesmann niet bepaald een nieuw verschijnsel. Toen ik in 1975 assistent bedrijfsleider was in Amstelveen, bestond het Verkoop Vloer Oppervlak voor een kwart uit dit soort enclaves. Ik wéét dus dat shops-in-the-shop voordelen, maar ook markante nadelen hebben. Het belangrijkste nadeel is wel dat, om de ‘sfeer’ van het merk goed tot uiting te laten komen, de visual merchandising, inclusief het betrokken personeel, die shop een eigen uitstraling moet geven. Nadeel is natuurlijk dat zulks zich voor de klant snel vertaalt in een “mini-winkelcentrum”, ten koste van het geheel van het “merk” Vroom & Dreesmann. Managerial komt er nog het probleem bij dat, zelfs als dat personeel in dienst is bij Vroom & Dreesmann, ze zich tóch anders positioneren. Bij ziekte even elders invallen is er niet bij! Als ze ook nog eens op andermans loonlijst staan, worden die ‘shops’ tot een dagelijks aandachtspunt voor afdelingschefs, floormanagers en bedrijfsleiders. En als die shops zelf ook formules zijn, zoals met bovengenoemde shops het geval is, voeren die een eigen assortimentsbeleid waarin Vroom & Dreesmann hoogstens wordt gekénd. Het belangrijkste nadeel is nog het risico dat een dergelijke formule, éénmaal geïncorporeerd binnen het winkelbeeld dat de klant van Vroom & Dreesmann heeft, om wát voor reden dan ook weer verdwijnt. Dán valt er een gat waaraan Vroom & Dreesmann niet veel kan doen. Dát zijn allemaal problemen die ‘later’ komen, natuurlijk, maar wel problemen die een al te hoog optimisme op langere termijn zouden moeten temperen. Aan de andere kant, het is al zo lang verkeerd gegaan, dus snap ik dat management ook wel weer.

Een veel grotere kans ligt in het thema ‘beleving’, jarenlang hét fort van het warenhuis als formulesoort, zonder dat er over werd gesproken, overigens. Het valt me op dat Vroom & Dreesmann officials consequent blijven praten over (rendabele) productgroepen en afdelingen, terwijl die binnen de moderne belevingstheorieën natuurlijk zouden moeten wegvallen. Het simpelweg bij elkaar zetten van afdelingen die allemaal producten voor kinderen verkopen betekent minder “belevenismarketing” dan het ombouwen van mijn afdeling kinderconfectie tot een kleurige speeltuin dertig jaar geleden. Vergeten lijken ook zestiger jaren “uitvindingen” als een campingmarkt, een sinterklaasmarkt, een schoolcampus en een kerstmarkt waarop óók al producten voor een specifiek doel bij elkaar werden gebracht om daar een bepaald sfeertje te creëren. Met alle bijbehorende administratieve problemen in dat pro-ICT tijdperk! Dát is natuurlijk niet meer voldoende. Juist de grotere warenhuizen zou
Bookmark and Share

Reacties

Beste Bart Poldervaart,
Mijn excuses voor de voornaam, maar als dat de enige fout is, valt het nog wel mee.
Nee, ik zie allerminst in wrok om, Vroom&Dreesmann heeft me veel kansen gegeven, en toen het bedrijf daarmee, in ieder geval in mijn ogen, stopte, bleek dat ik met een prima opleiding (Middenkader én "Kavelaars") eigenlijk overal terecht kon. Kortom, mijn verblijf bij Vroom&Dreesmann was een een lot uit de loterij, mijn vertrek was dat ook. Waarom zou ik wrok koesteren?
Verder heb ik echt ruim twintig jaar gewacht vóór ik het waagde in het openbaar kritiek te hebben op de koers van het warenhuis. En die kritiek is NIET alleen gebaseerd op mijn ervaring uit de zeventiger jaren, maar op jarenlange observatie én studie, zowel van mij als van mijn studenten, naar deze winkelformule en de organisatie erom heen.
Het korte van het lange is dat ik denk dat de nú ingeslagen koers de juiste is, maar ik vrees dat de uitvoering een beetje "too little and too late" is. Juist omdat Vroom&Dreesmann nauwelijks meer beschikt over commerciële vrijbuiters zoals ik er in de zeventiger jaren één was.
Áls ik al een gevoel heb gehad, de afgelopen 25 jaar, is dat 'wat jammer', maar wrok? Welnee.
En of ik het beter weet dan de directie? Dát zullen we binnen vijf jaar wel weten, nietwaar?
Waarop ik mijn idee baseer? Dat is te vinden in mijn boek "Marketing voor Retailers".

geachte heer Koornstra,

Met interesse heb ik uw verslag gelezen. Wat mij wel tegenvalt is dat u pronkt met uw kennis en dat u vindt dat u meer weet dan de huidige directie van V&D en Maxeda maar dat u niet weet hoe de voornaam van de bestuursvoorzitter van Maxeda luidt.

Ook geeft u mij het idee dat u met een hoop wrok jegens uw voormalig werkgever bovengenoemd artikel heeft opgesteld.

hoogachtend,

Bart Poldervaart

Plaats een reactie







Ja, ik ga akkoord met de regels

Weblog Reinder Koornstra

Reinder Koornstra Reinder Koornstra, geboren op 4 maart 1947 in Koudum (Friesland) doorliep de middenkader én de hoger kader opleiding bij Vroom&Dreesmann, waar hij, inclusief een stagejaar als "Führungsassistent" bij Karstadt Fulda, tien jaar werkte, o.a. als inkoper en bedrijfsleider. Na als verkoopleider bij Interpharm (nu DA) in de drogisterijsector te hebben gewerkt, werd hij uiteindelijk directeur Marketing&Sales in de farmaceutische industrie. Hij besloot zich uit de "rat-race" terug te trekken, startte zijn eigen telemarketingbedrijf en ging part-time werken bij de Hogeschool 's Hertogenbosch. Daar heeft hij de basis gelegd onder wat nu, bij Avans Hogeschool 's Hertogenbosch, de grootste HBO retailopleiding in ons land is. Hij heeft diverse boeken en publicaties geschreven over marketing informatisering competentiegericht onderwijs,geïntegreerde marketing communicatie én Retailmarketing. Zijn laatste boek, "Marketing voor Retailers" verscheen in augustus 2005 bij Pearson Education in Amsterdam. Reinder Koornstra haalde zijn Nima A, B en C diploma en behaalde daarna zijn MSc in Marketing aan de University of Glamorgan (UK). Hij houdt zich vooral bezig met retailplanologie, de verhoudingen tussen winkelcentrum en winkelformules, en de verhoudingen tussen winkelcentra onderling, van MegaMall tot buurtwinkel. Zijn politieke werk in zijn woonplaats Alphen aan den Rijn geeft hem voldoende stof om die theorie aan de vaak weerbarstige praktijk te toetsen.